Skip to main content

PAUS SCHRIJFT BRIEF AAN JONGEREN ‘Jezus leeft!’

Het is de gewoonte dat een paus na een synode een omzendbrief schrijft, een postsynodale exhortatie. Maar deze keer richt hij zich rechtstreeks tot jongeren wereldwijd. Wat staat erin?

1. Christus leeft en hij wil dat jij leeft!

De eerste woorden van paus Franciscus aan jonge christenen gaan naar de kern van ons geloof: Christus leeft. Die ervaring maakt dat we zelf ten volle gaan leven. De brief telt 9 hoofdstukken en 299 paragrafen. In het eerste hoofdstuk wijst de paus op enkele jongeren uit de Bijbel en hoe God met hen omgaat. Hij blijkt niet neer te kijken op de jeugd, maar precies op hen te rekenen.

2. Kerk moet aandacht hebben voor legitieme eisen van vrouwen (42)

Paus Franciscus somt allerlei redenen op die maken dat jongeren de Kerk soms irritant vinden. De Kerk moet niet bang zijn om te spreken, maar ook niet obsessief op twee of drie kwesties hameren. In paragraaf 42 schrijft de paus dat de Kerk aandacht moet hebben voor legitieme eisen van vrouwen voor meer rechtvaardigheid en gelijkheid. Een levende Kerk durft te erkennen dat er in het verleden mannelijke dominantie was, uitbuiting en geweld op vrouwen.

Beste broer, ik ben blij je de nieuwe exhortatie Christus Vivit toe te sturen, een brief aan alle jongeren en het volk van God. Dat het luisteren, de dialoog en samen op weg gaan mogen groeien en de hele Kerk doordesemen. Bid voor mij.

3. Jullie zijn het ‘nu’ van God

Het derde hoofdstuk draagt de titel Jullie zijn het ‘nu’ van God, een uitspraak van paus Franciscus tijdens de synode. Hij schrijft: Wij volwassenen zijn vaak geneigd alle problemen en mislukkingen van de jeugd van tegenwoordig op te sommen. Maar wie geroepen is om een vader, pastor of begeleider te zijn, moet in staat zijn om paden te zien waar anderen alleen een muur zien, om potentieel te zien waar anderen enkel gevaar zien. Zo kijkt God de Vader ernaar. (66-67) Jonge mensen staan vandaag voor heel wat uitdagingen. De paus brengt de moeilijke situatie van jongeren in armoede in herinnering en nodigt jonge mensen uit om zich om hun lot te bekommeren. Wat de digitale wereld betreft, waarschuwt de paus onder meer voor makkelijke en harde oordelen die online geveld worden, zelfs door kerkleiders. Verder heeft hij aandacht voor migratie en niet in het minst voor kindermisbruik. Met jullie hulp kan de misbruikcrisis echt een kans zijn voor een historische hervorming. Elke donkere en pijnlijke situatie heeft een way-out.

4. Probeer even stil te worden en voel zijn liefde (115)

Hoofdstuk 4 is meer spiritueel van aard. Paus Franciscus houdt zijn jonge lezers 3 grote waarheden voor: 1.God is liefde. 2. Christus redt jou. 3. Hij leeft. Hij vraagt hen dit gewaar te worden in de stilte en nodigt hen uit elke dag de Heilige Geest aan te roepen. Je hebt daar niets bij te verliezen. Hij kan je leven veranderen en het vullen met licht en naar goede wegen leiden.

5. Maak heisa! Verdrijf de angsten die je verlammen … leef! (143)

In hoofdstuk 5 spoort Franciscus de lezer aan om niet aan de zijlijn van het leven te blijven staan, maar keuzes te durven maken. Fouten maken mag. Maar doe het niet zonder de vriendschap van Jezus. De liefde van God houdt ons niet tegen om groot te dromen en vernauwt onze horizon niet. Integendeel! Franciscus roept jongeren op om zich te engageren voor de samenleving en het algemeen belang. Daarbij lijkt de paus zelfs te verwijzen naar de klimaatmarsen van jongeren wereldwijd: Ik heb het nieuws gevolgd over zoveel jonge mensen wereldwijd die de straat opgaan om hun verlangen naar een meer rechtvaardige en broederlijke samenleving te uiten. De jongeren willen protagonisten zijn van verandering. Alsjeblief, laat het niet aan anderen over om voor verandering op te komen!

6. Blijf ouderen nabij, eer je wortels (188)

De wereld is nooit beter geworden van een breuk tussen generaties, schrijft de paus. Bij zijn oproep om ouderen nabij te zijn, waarschuwt hij voor allerlei ideologieën die de jongeren losrukken van hun wortels om ze vervolgens makkelijker te kunnen manipuleren. Wortels zijn geen ankers die ons vastketenen, maar geven vaste grond waardoor we kunnen groeien en uitdagingen aangaan. (200)

7. Benader jongeren met een grammatica van liefde, niet met gepreek (211)

Jongerenpastoraal moet niet alle antwoorden aanreiken, maar gebruik maken van het inzicht van de jongeren zelf. Het moet een samen-op-weg zijn, zodat jongeren zelf kunnen ontdekken hoe ze de ervaring van de levende Christus concreet kunnen maken in hun leven. Er zijn dan ook 2 belangrijke actiepunten: aanbod en groei. Vormingsprogramma’s mogen zich niet blindstaren op theorie, maar moeten het kerygma centraal stellen: de fundamentele ervaring van de ontmoeting met God door Jezus’ dood en verrijzenis. Groei in broederlijke liefde en dienstbaarheid, daar gaat het om. Het verhaal van de Emmaüsgangers is hier opnieuw dienstbaar. Een belangrijke kwaliteit van begeleiders is dat ze hun eigen menselijkheid erkennen. Ook zij maken fouten. (246)

8. Seksualiteit heeft 2 doelen: liefde en nieuw leven. Echte liefde is passioneel (262)

Hoofdstuk 8 gaat over roeping, omschreven als een roep tot missionaire dienstbaarheid. Het merendeel gaat over het sacrament van het huwelijk en houdt een oproep in om te geloven in een definitieve keuze voor 1 man of vrouw. God schiep ons als seksuele wezens. Seksualiteit is een wonderlijke gave. Het is geen taboe. Deze gave heeft twee doelen: liefde en nieuw leven. De paus heeft het ook over werk als roeping. En ten slotte uiteraard over de roeping tot een bijzondere wijding. Wijs de mogelijkheid van toewijding aan God niet af. Waarom niet? Je mag er zeker van zijn dat het beantwoorden van Gods roep volop vervulling geeft.

9. De Kerk heeft jullie momentum nodig (299)

In het laatste hoofdstuk licht Franciscus toe hoe je nu de juiste keuze maakt. Daar heb je de wijsheid van de onderscheiding voor nodig. Die vraagt een zekere eenzaamheid en stilte.

Drie gevoeligheden hebben begeleiders nodig: goed kunnen luisteren naar de jongere, kunnen onderscheiden wat genade is en wat verleiding, en ontdekken in welke richting de jongere wil bewegen. In dit soort begeleiding moet je zelf haast verdwijnen, zoals Christus uit het zicht verdween van de Emmaüsgangers, schrijft de paus. We bemoedigen en begeleiden, zonder eigen paden op te dringen. (296) Hij eindigt met een wens: De Kerk heeft jullie momentum nodig, jullie intuïties, jullie geloof. Als jullie aankomen waar wij nog niet geraken, heb dan het geduld om op ons te wachten. (299)